trage tocht stevensweert/ohé en laak


Deze wandeling, die voor 80% onverhard is, loopt vanuit de oude vesting Stevensweert om deze plaats heen en vervolgens ook om het dorp Ohé en Laak.

Beide plaatsen liggen op een eiland in de Maas dat door twee (voormalige) armen van de rivier gevormd is.

In de Tachtigjarige Oorlog hebben de Spanjaarden hier in 1633 diverse vestingwerken aangelegd. Na de Tweede Wereldoorlog hebben er op het eiland op grote schaal ontgrondingen plaatsgevonden waardoor er grote waterplassen zijn ontstaan.

De routebeschrijving kun je vinden op https://www.wandelzoekpagina.nl/wandeling/trage-tocht-stevensweert/18117

 

Ik liep deze tocht van 15 kilometer op vrijdag 19 juni 2020.


In Stevensweert stond Kasteel Stevensweert, gelegen aan het huidige Jan van Steffeswertplein 15-16. Dit kasteel was de zetel van de heren van Stevensweert, waaronder de familie Van den Bergh. Reeds in de 12e of 13e eeuw was hier een donjon gebouwd. Eind 13e of begin 14e eeuw werd een vierkant kasteel op deze plaats gebouwd. Dit werd van 1538-1542 nog uitgebreid. In 1599 was het kasteel al gedeeltelijk in verval, maar bij de belegering van 1702 werd het zeer zwaar beschadigd en daarna geleidelijk afgebroken. Aan de zijgevel van het voormalig gouvernementshuis (van 1732) in het centrum van Stevensweert bevindt zich nog een restant van een ronde hoektoren van het kasteel, met speklagen van mergelsteen.

Vanaf de markt gaat de wandeling langs de kerk waarna je uitkomt bij de Historische Wandelroute die uitkomt bij een deel van de herstelde vestingwerken. Over een vlonder pad ga je vervolgens over het water en verlaat je de vestingwerken.

Het middeleeuwse Stevensweert bestond uit een machtig kasteel met daaromheen een dorpje. Dat veranderde rigoureus toen Stevensweert betrokken raakte bij de gevechten van de Tachtigjarige Oorlog, ook wel De Opstand genoemd (1568-1648). In 1633 sloopten de Spanjaarden een deel van de bestaande bebouwing en maakten van het dorp een vesting met een bijna perfecte meetkundige opzet. Rondom kwam een hoge aarden wal met zeven uitspringende bastions en aan de buitenkant daarvan een gracht met vijf ravelijnen (versterkte eilandjes). De opstand eindigde in 1648, maar dat betekende niet dat de Spanjaarden meteen uit het land vertrokken. Dat gebeurde in etappes, waarbij Stevensweert pas in 1702 aan de beurt was. Daarna namen troepen van de Republiek der Verenigde Nederlanden hun plek in. Na 1874 werd de vesting geleidelijk ontmanteld, maar aan de noordkant van Stevensweert is een deel van de verdwenen vestingwerken vanaf 2007 gereconstrueerd.


 

 

 

In de routebeschrijving bij punt 2 volg je voorbij een parkeerterrein en na het passeren van een kapel een grindpad waarlangs een insectenhotel staat.

 

Het is gemaakt in de vorm van de voormalige vesting Stevensweert.


Onder punt 3 van de routebeschrijving lees je dat je via een klaphek het terrein Biltplas inloopt.

Hier stroomde vroeger de Maas en er is in het verleden veel grind gewonnen, waarna vanaf 2009 hier het gebied als natuurgebied is ingericht.

Op de rechtse foto zie je nog een deel van de Oude Maas.


In het nieuwe natuurgebied komen diverse planten voor, zoals (van links naar rechts): het Jakobskruiskruid, Wilde Cichorei en het Knoopkruid.


In de verte zie je al de wieken van een molen en het water waar je langsloopt heet dan ook de “Molenplas”. In dit ook aan de natuur teruggegeven gebied na de grindwinning lopen voor de begrazing Konikpaarden rond. Deze prachtige dieren laten zich graag fotograferen.


In het buitengebied van Stevensweert vlakbij de Molenplas staat de Hompesche molen.

Vanaf 1719 was de heerlijkheid Stevensweert in handen van graaf Reinier Vincent van Hompesch. Hij wilde een eigen windmolen waarin de bewoners van Stevensweert (en het destijds bijbehorende dorp Ohé) verplicht waren hun granen te laten malen, zodat de graaf een deel van de opbrengsten kon opeisen. Er was reeds een molen aanwezig, maar deze was militair bezit. De nieuwe molen werd tussen 1721 en 1722 gebouwd. De molen is tot aan de bovenste wiek bijna 37 meter hoog en daarmee de hoogste van Limburg.

Vereniging Natuurmonumenten is sinds 2014 eigenaar van de molen. Na een restauratie in 2015 is de molen te bezoeken voor publiek.

Voor geïnteresseerden is er meer informatie te vinden op de hieronder genoemde site.

https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/maasvallei/monument/de-hompesche-molen


 

 

Vroeger werd het grind met baggermolens naar boven gehaald.

Bij de Hompesche molen staat een deel van een dergelijke baggermolen tentoongesteld. De bakken waren in serie geschakeld aan een lange ketting en schepten onder water het zand en het grind op.


 

 

Verder lopend tussen Stevensweert en Ohé en Laak ga je door het gebied Stevol. (In de routebeschrijving onder punt 4).

 

Nadat de grindwinning in dit gebied werd beëindigd is het in 2008 opgeleverd als een nieuw natuurgebied. Het grind wat hier werd gewonnen is nog neergelegd toen de Maas hier stroomde in de IJstijd. De rivier verlegde in die tijd nog regelmatig haar loop en verzwolg daarbij delen van het woud dat op de oevers groeide en sleurde de bomen mee in haar stroom. 

 

 

Hier en daar spoelden deze bomen aan op de oevers, waar ze dan binnen korte tijd bedolven werden onder zand en grind. Onder deze dikke laag bleven zij al die jaren bewaard.

Ze zijn gemiddeld tussen de 1400 en 1700 jaar oud zijn en sommigen zijn wel 2 meter dik en 18 meter lang.

Gelukkig zijn ze niet weggegooid.

Ze staan nu als een soort van prehistorisch woud aan de oever van de Molenplas.


Verder lopend langs de Molenplas richting Ohé en Laak, zie je dat de natuur zich hier snel ontwikkelt en vele watervogels hebben het gebied ook ontdekt.

Aangekomen bij de bebouwde kom van Ohé en Laak viel mij de schrijfwijze op van de naam “Ohé”. Dat spreekt men hier dus uit als “Genoea”.


Voorbij de “Limburgse Mineraal Brekerij” (zie punt 5 van de routebeschrijving) kom je bij de Schroevendaalseplas. In afwijking van de routebeschrijving kun je een stukje verder schuin rechtsaf via de Daalderweg naar kasteel Hasselholt, ook wel genoemd kasteel Het Geudje.

Het prachtige Hasselholt, met een steen met het jaartal 1548, werd van een dreigende ondergang gered door een vakkundige restauratie rond 1970. Tegenwoordig in particulier bezit. Hasselholt wordt nu bewoond door Baron Van Hövell tot Westerflier, stadsarchivaris van Roermond.

Het vermoedelijke bouwjaar is 1548 getuige een gedateerd alliantiewapen van de bouwers van het kasteel. De toren is in 1972 gebouwd op de restanten van een woontoren die vóór de bouw van het kasteel op deze plek zou hebben gestaan.

De voorloper van het kasteeltje is waarschijnlijk een vierkante (houten?) woontoren uit vakwerk geweest. Toen Catharina Hillen in 1544 huwde met Lodewijk van der Horst van het kasteel Hattem bij Roermond, had zij een voorkeur om op het platteland te gaan wonen en niet in het drukke Roermond. Daarom liet het echtpaar het kasteel bij Ohé bouwen op de plaats van de woontoren. Het werd een luxueus en comfortabel buitenhuis. Het echtpaar liet het alliantiewapen aanbrengen in de gevel. In tweede instantie liet het echtpaar een traptoren toevoegen. Later werd het kasteel bewoond door Hartwijck van Spee, de drossaard van Montfort. Hij liet het kasteel uitbreiden met de noordvleugel. In 1770 werden de traptoren en de topgevel aan de tuinzijde verwijderd en kreeg het kasteel hiervoor een schuin dak in de plaats. Voor meer informatie kun je de volgende site raadplegen:

https://www.absolutefacts.nl/kastelen/data/hasselholt.htm


Terug naar het klaphek, genoemd bij punt 5 van de routebeschrijving, en je betreedt natuurgebied Schroevendaalseplas.  Over het graspad naast het water lopend zie je dat de bever ook in het gebied actief is. Diverse bomen zijn door de scherpe tanden gesneuveld. Duidelijk zijn de knaagsporen te zien.


Het graspad wordt een hele tijd gevolgd en ook hier valt de bloemenpracht op van de diverse soorten.

Van links naar rechts: Knoopkruid, Gewone Rolklaver, Amandelwolfsmelk, Moerasspirea en Speerdistel.


Ook passeer je grenspaal nr. 123 tussen het Belgische Ophoven aan de overzijde van de Maas en het Nederlandse Ohé en Laak.

 

Na het verlaten van het natuurgebied kom je langs een jachthaven en verderop via een terrein voor campers via een klaphek in het gebied Dilkensweerd. Het ligt tussen de Maas en de Dilkensplas. Over een grasdijk, omzoomd met wilgenbomen, volg je het pad lange tijd langs de Maas. Onderweg heb je kans dat je Gallowayrunderen tegenkomt.


Steeds het graspad volgend zag ik onderweg witte bloemen en ik moest denken aan het Kaasjeskruid. Het bleek het Muskuskaasjeskruid te zijn.

Langs de begroeide oevers van de Maas stond ook naast het pad Wilde Marjolein ofwel Oregano (de gedroogde variant gebruiken we in de keuken).


Het pad eindigt bij een stegelke – zo noemt men in Limburg een draaihekje – (zie punt 6 van de routebeschrijving). Je komt dan bij een veersteiger, waar het veerpontje vaart tussen hier en de andere oever van de Maas op het grondgebied van Ophoven.

Aan de overkant van de Maas (België), naast hotel “De Spaenjeerd” zie je dat het water van een afvoerkanaal van de Abeek zich in de Maas stort. De Abeek zelf ontspringt op de Donderslagse Heide bij Wijshagen op het Kempisch Plateau in Belgisch Limburg.


Verder lopend zie je aan de rechterzijde een uitkijktoren staan vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de Maas.

De uitkijktoren staat in een gebied waar het voormalig landgoed lag van kasteel Walburg. Het kasteel Walburg zelf is inmiddels verdwenen. De contouren van de voormalige gebouwen op het landgoed, tuinen en waterpartijen worden echter weer zichtbaar gemaakt door Natuurmonumenten en de gemeente Maasgouw. Nieuwe struiken, planten en bomen worden aangeplant.

Kasteel Walburg werd rond 1650 gebouwd door graaf Herman Frederik Van den Bergh, heer van Stevensweert en Ohé en Laak. In 1719 kocht Graaf Reinier Vincent von Hompesch het gebouw dat hij tot zijn buitenverblijf maakte met omliggende tuinen en grachten.

Momenteel is slechts de ijskelder een stille getuige van dit kasteel aan de oever Maas. Het Streekmuseum in Stevensweert bezit een maquette en diverse interieur stukken van de bewoners.

Via Wikimedia heb ik enkele zwart/wit foto’s kunnen achterhalen van kasteel Walburg zoals het er vroeger heeft uitgezien.

Op de foto rechtsboven en linksonder staat de hoeve rechts van het kasteel.

Op de foto rechtsonder de nog bestaande ijskelder in de dijk langs de Maas.


 

Na het verlaten van de uitkijktoren loop je via een weiland naar een dijkje waar je verderop vóór een kapel linksaf gaat over een grindpad. Op weg naar het startpunt in Stevensweert kom je weer langs de Hompesche molen.

 

Na de molen gaat de tocht over een veldweg naar de bebouwde kom van Stevensweert.


Aangekomen bij Stevensweert (zie punt 8 van de routebeschrijving) staat aan de Maasoever grenspaal nr. 124 met daarnaast een origineel vestingkanon met de naam “Dikke Werta”. De naam zou zijn afgeleid van de Latijnse naam “Werda” voor Stevensweert.

 

Én Stevensweert heeft zijn stadspoorten terug. De kunstwerken vormen de nieuwe markante symbolische toegangspoorten tot Stevensweert en verwijzen naar het roemruchte verleden van de stad die de Spanjaarden in 1633 bouwden. De kunstzinnige stadspoorten verwelkomen inwoners en bezoekers en vormen als vanouds de entree naar de oude kern van Stevensweert. Op de foto rechts staat de Maaspoort. Deze was de belangrijkste poort. Via deze poort werden goederen aangevoerd. Ook was de Maaspoort de doortocht voor soldaten en passanten. De andere stadspoort, de Veldpoort, was de verbindingspoort die samen met het veld gebruikt werd door de boeren. In het ontwerp van de kunstwerken wordt subtiel naar deze geschiedenis verwezen. De gaten in de poort verwijzen naar de gaten veroorzaakt door kanonskogels tijdens de slag om Stevensweert in 1702. De vereniging Amici Insulae, een vereniging van mensen die een binding of belangstelling hebben voor de indrukwekkende historie van Stevensweert en Ohé en Laak, zette zich in om de verdwenen stadspoorten weer terug te brengen in het straatbeeld.


De vroegere bewoners van kasteel Walburg hebben een eigen begraafplaats naast het protestant kerkje in Stevensweert, gelegen aan het Jan van Steffeswertplein 18. Nieuwsgierig geworden na het verhaal over het verdwenen kasteel Walburg ben ik daar nog even een kijkje gaan nemen.

De graaf Van Hompesch, sinds 1719 bewoner van het kasteel Walburg, was protestant. Hij beschermde de protestantse gemeenschap en zo bleef deze te midden van een sterk katholieke omgeving in stand. Generaties lang was het gebruikelijk dat de bewoners van kasteel Walburg zorgdroegen voor het onderhoud van de protestantse kerk in Stevensweert. Wel stelden zij het ten zeerste op prijs om de diensten te kunnen bijwonen in een speciaal voor hen geplaatste koorbank en ook te worden begraven onder een monumentale beukenboom op het kerkhof naast het kerkje.

Hier liggen, achter het hek met doodshoofden, zeven personen begraven, waaronder een baron met zijn twee echtgenotes en een graaf met zijn echtgenote.


Een bijzonder mooie en interessante wandeltocht.


Reactie plaatsen

Reacties

Mat Maessen
4 jaar geleden

Ook gisteren heb ik een variant op deze route in Ohe en Laak gelopen. En weer was ik onder de indruk van de geweldig mooie natuur langs de Maas en de plassen. Ook is de nieuwe invulling van het gebied rond Kasteel Walburg mooi uitgewerkt. Enig minpuntje aan de Trage Tocht Stevensweert is een van de leukste passages in dit gebied waarbij je middels een pad van zwerfstenen dwars door de plassen loopt niet in de route is opgenomen. Die passage staat namelijk garant voor natte voeten als je geen hoge wandelschoenen draagt. Maar niet iedereen zal dat even leuk vinden.

Willem van Gerwen
4 jaar geleden

Dank je wel Toon.

Toon Sanders
4 jaar geleden

Prachtige serie Willem, met interessante verhalen!!!


Maak jouw eigen website met JouwWeb