Van Geldrop naar Heeze


Op de site www.wandelnet.nl staat een wandeling van de Nederlandse Spoorwegen, genaamd “Strabrechtse Heide”. Wandelingen van de NS gaan van station naar station en in dit geval dus van het NS-station Geldrop naar het NS-station Heeze.

De wandeling heeft een lengte van 13 kilometer, maar ik heb de wandeling inclusief het Rulse Laarzenpad gelopen en kom aldus op een wandelafstand van 17 kilometer. Eind oktober (in de herfst) ben ik gestart vanaf het station in Geldrop.


Bij het verlaten van het station loop je in tien minuten naar het centrum van Geldrop waar de imposante kerk staat gewijd aan de heilige Brigida naar een ontwerp van de Duitse architect Carl Weber en gebouwd tussen 1889 en 1891.

De kerk heeft twee torens van elk 71 meter hoog en heeft een grote achtzijdige koepel.

Het verhaal doet de ronde dat de reden van twee torens is gelegen in het feit dat Geldrop toch iets meer wilde zijn dan het in de buurt gelegen dorp Zesgehuchten waarvan de kerk gewoon één toren heeft. De koepel is de grootste van Noord-Brabant.

Voor mij persoonlijk heeft de Heilige Brigidakerk ook betekenis, omdat ik daar gedoopt ben.


Afwijkend van de wandeling ben ik nog langs kasteel Geldrop gelopen.

Op de linkse foto het kasteel zoals het er nu uitziet. Op de rechtse foto het kasteel in 1860.

Het kasteel heeft een interessante geschiedenis.

De eerste bewoners zijn Philip en Jan van Geldrop, die omstreeks 1350 het kasteel bouwen. De volgende twee eeuwen was het kasteel in bezit van het geslacht Van Horne, maar het werd nauwelijks bewoond. Rond 1600 vestigde Amandus van Horne zich op een woontoren vlak naast het kasteel. In 1616 liet hij de middeleeuwse bouwvallen opknappen. Dit bouwwerk met de karakteristieke trapgevels vormt nu het middendeel van het huidige kasteel; aan de grachtzijde is het jaartal in de muurankers nog terug te vinden.

 

De roerige tijd van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) heeft ook in Geldrop zijn sporen nagelaten. De eerder genoemde Amandus van Horne streed als overtuigd katholiek in het leger van de Spaanse koning tegen de ´opstandige´ protestanten uit het noorden. Toen Frederik Hendrik in 1629 ´s-Hertogenbosch innam, ontvluchtten vele katholieken de stad, waaronder bisschop Ophovius. Hij kreeg zes jaar lang een gastvrij onderdak op het Geldropse kasteel. Waarschijnlijk maar niet bewezen is dat de Antwerpse schilder Rubens verschillende malen het kasteel bezocht zou hebben. Deze beroemde kunstenaar was een goede vriend van Ophovius en maakte enkele portretten van de gevluchte bisschop, die nog terug zijn te vinden in het Louvre te Parijs en het Mauritshuis in Den Haag.

 

In 1768 koopt Adriaan van Sprangh uit Leiden het kasteelcomplex, dat vanwege zijn slechte staat zelf onbewoonbaar was verklaard. Twee jaar later werd de restauratie van het kasteel aanbesteed voor 1.400 gulden. Van Sprangh heeft van zijn investering weinig plezier gehad; hij overleed in 1772. Zijn familiewapen is in de westgevel aangebracht.

 

In 1828 komt het kasteel in handen van de familie Hoevenaar Zo´n vijftig jaar later wordt het kasteel grondig verbouwd. De ophaalbrug met poortgebouw werden gesloopt en aan de westzijde werd een nieuwe vleugel aangebouwd, die nu dienst doet als trouwzaal. Rond 1870 laat Hoevenaar, die een liefhebber was van bijzondere bomen en planten, een tuin aanleggen in Engelse landschapsstijl. Hij trok diverse tuinders aan om zijn park, kassen en tuinen te onderhouden.
Maar ook op andere terreinen liet deze Geldropse kasteelbewoner van zich horen. Zo was hij stichter van de Eindhovense boomkwekerij en een van de grootste aandeelhouders van de voorloper van de Boerenleenbank in Eindhoven.  Later trouwde dochter Arnaudina Hoevenaar met de burgemeester van Voorburg Henri van Tuyll van Serooskerken en hun nazaten bleven tot 1974 op kasteel Geldrop wonen. 

De laatste grote restauratie vond plaats in 1977, toen het kasteel inmiddels was aangekocht door de gemeente Geldrop. Van 1996 tot 2018 werd het kasteel eigendom van de Stichting Kasteel Geldrop en sinds 2018 van de Stichting Landgoed Kasteel Geldrop.


Terug naar de route over de Heuvel naar de Molenstraat. Hier wandel je vervolgens over mooie paadjes langs de rivier de Kleine Dommel onder enkele bruggen door naar het buitengebied van Geldrop.


Via een fraaie eikenlaan loop je dan het dorp uit in de richting van Heeze.

Onderweg zie je in de herfst diverse soorten paddenstoelen met mooie vormen.


 

Nadat je de snelweg A67 bent overgestoken en even verder het pad parallel aan de snelweg een stukje hebt gelopen, kom je in een bocht bij een kruisbeeld.

 

Het staat weliswaar hier op het grondgebied van Heeze, maar het is een Geldrops kruisbeeld. Dit staat duidelijk met hoofdletters op het informatiebord. Daarop staat: ‘GELDROPS KRUISBEELD’.

 

Het corpus is in 1929 gemaakt en heeft tot 1966 in de (toen afgebroken) Sint Michaëlkerk te Zwolle gehangen. Van daaruit is het naar deze plaats gebracht. In 1981 is het door Geldroppenaar Chris Dekkers gerestaureerd. Vrijwilligers zorgen sindsdien voor het onderhoud.

 

Iedere bezoeker mag een mooie prentbriefkaart, waarop Christus is afgebeeld, meenemen. Op deze kaart staat onder andere een oude Ierse pelgrimszegen: “Voor de reis wens ik je dat de weg je tegemoet komt, de wind steeds in je rug is, de zon je gezicht verwarmt en zachte buien je velden beregenen. En dat God, tot ons weerzien, je bewaart in de palm van zijn hand.”

 

Met een gerust hart vervolgde ik de wandeling.


Over een breed zandpad langs bosranden en weilanden loop je rechtdoor richting Heeze. Verderop aan de linkerkant begint de Strabrechtse Heide en je vervolgt de wandeling totdat je de mogelijkheid hebt om rechts het “Rulse Laarzenpad” in te lopen. Je volgt dan via diverse (gras)paden de route die staat aangegeven met twee zwarte laarsjes.


Je passeert via een bruggetje de Kleine Dommel en komt via de wijk Rul de bebouwde kom van Heeze binnen.

 

Na een klein stukje door de bebouwing kom je weer op paden die door bosschages gaan en weer langs de Kleine Dommel.

 

Je loopt dan in de richting van De Plaetse.

 


De Plaetse is een nagebouwd oud-Brabants plein met in het midden een zogeheten bluskuil. Vroeger werd een dergelijke kuil aanglegd om over water te kunnen beschikken wanneer er brand was. Staatsbosbeheer heeft hier ook een werkschuur en kantoor. Ook staat er een schaapskooi. Er is ook een heidetuin en een insectentuin. Hier kun je in het Heidecafé ook wat eten en drinken.

In het café werken deelnemers van het Centrum voor Epilepsiewoonzorg Kempenhaeghe in een vorm van dagbesteding onder andere mee aan een gastvrije bediening.


 

Na een stevige wandeling over de Strabrechtse heide (zie de routebeschrijving) kom je bij de Herbertusbossen.

 

In deze fraaie omgeving is het genieten van de pracht van deze oude bossen.


Een stuk verder kom je bij het riviertje de Sterkselse Aa die ontspringt in het Weerterbos.

De Sterkselse Aa vloeit hier in de bossen samen met de Groote Aa tot de Kleine Dommel. De grachten van kasteel Heeze worden door dit water gevoed.


 

 

Bij de gracht van het kasteel aangekomen, ligt aan je rechterhand de ijskelder met een hoogte van ruim 4 meter.

 

Het is een rijksmonument.

 

De ijskelder is in 1907 gebouwd door een metselaar uit Heeze.

De plaats van de ijskelder was goed gekozen, dicht bij de gracht waar het nodige ijs vandaan moest komen en in de schaduw van grote, oude beuken- en eikenbomen.


De gracht volgend kom je bij kasteel Heeze.

Kasteel Heeze ligt aan het einde van een lange oprijlaan, die midden in het dorp begint. Het kasteel is omringd door een dubbele slotgracht en heeft twee binnenpleinen.

Aan het eerste binnenplein bevindt zich het nieuwe gedeelte van het kasteel en is ontworpen door Pieter Post (1608-1669) die bouwmeester was van stadhouder Frederik Hendrik. Halverwege de 17e eeuw is dit gedeelte gebouwd.  Het wordt al meer dan tweehonderd jaar bewoond door de familie Van Tuyll van Serooskerken.

Aan het tweede binnenplein ligt Slot Eymerick. Dit oudste gedeelte werd gebouwd in de Middeleeuwen op de plaats waar de Sterkselse Aa en de Groote Aa samenvloeien in de Kleine Dommel.

Eymerick was het bestuurscentrum van de heerlijkheid Heeze, Leende en Zesgehuchten, waarvan voor het eerst melding werd gemaakt in 1172. De eerste heer was Herbertus, een edelman in dienst van hertog Godfried III van Brabant. In 1760 kwamen de heerlijkheid en het kasteel in bezit van Jan Maximiliaan baron Van Tuyll van Serooskerken.

Nazaten van deze familie bezitten en bewonen nog altijd het kasteel.

 

Op foto links een bovenaanzicht van het gehele kastelencomplex.

 

 

 

Op de foto rechts het slot Eymerick.


Aan het begin van de oprijlaan naar kasteel Heeze staat een duiventoren.

 

Een duiventoren stond vroeger vaker bij kastelen en hoeven en was een teken van rijkdom.

 

Kasteelheren mochten 1 koppel  duiven houden per hectare grond die ze bezaten.

 

Het duifhuis van Kasteel Heeze is een van de weinigen die nog behouden zijn gebleven in Nederland.

 

Tegenwoordig wordt de toren gewoon als duiventil gebruikt, maar vroeger werden de duiven vooral gehouden om te consumeren. 

 

Vanaf de oprijlaan gaat de route (zie de routebeschrijving) richting NS-station Heeze en ben je bij het eindpunt van de wandeling.


Reactie plaatsen

Reacties

Francine
3 maanden geleden

Zie nu via Rina de Louw deze mooie wandel site met mooie foto's
Waar staat de lengte van de route?
Met vriendelijke groet
Francine

Willem van Gerwen
9 maanden geleden

Dank je wel Toon.
En Rina, het zijn toch echt de "Herbertusbossen".

Rina de Louw
9 maanden geleden

Weer een geweldig mooi verhaal en schitterende foto's.
Hebben afgelopen donderdag nog gewandeld in de Hubertusbossen.

Toon Sanders
9 maanden geleden

Prachtig Willem, geen woorden voor!!!

Toon.