rondwandeling opwettense watermolen nuenen


De wandeling start bij de Opwettense watermolen in Nuenen. Via veldwegen en mooie bospaadjes gaat de tocht langs de rivier de Kleine Dommel en over het fraaie landgoed van kasteel Eckart. Ook voert de wandeling je langs een groot deel van de Karpendonkse Plas. Daarna loop je door een bosgebied met soms behoorlijk natte gedeelten naar een veldweg die dan weer uitkomt bij de watermolen.

Ik liep deze tocht van elf kilometer in maart 2020 onder een wolkeloze hemel.

De routebeschrijving is te downloaden via https://wandelgidszuidlimburg.com/wp/1273-2/


Het start- en eindpunt van deze rondwandeling is de Opwettense watermolen in Nuenen.

De watermolen is als ban-korenmolen gebouwd in de 11e eeuw door Benedictijner monniken van de Abdij van Sint-Truiden. Een gedeelte heeft dienst gedaan als olie-, houtzaag- en volmolen. Het achterste deel was ooit een leerlooierij. In de 14e eeuw was de molen eigendom van de Heren van Cuyk en Mierlo. Daarna van de Bossche eigenaars Dicbier. De Heerlijkheid Tongelre was de bezitter in de 16e eeuw. In 1664 brandde een deel van de molen af. De molenaar vroeg daarop vrijstelling van belasting voor een periode van dertig jaar om er weer bovenop te komen. Uit het rekest bleek dat hij 115 gulden aan belasting betaalde, een som die overeenkwam met wat heel het dorp per jaar opbracht. Hij kreeg kwijtschelding voor vijftien jaar. 

In 1743 brak opnieuw een brand uit die de hele molen in de as legde. De toenmalige eigenaar Joh. Sengers herbouwde de molen als dubbelmolen, een graanmolen en een oliemolen. Later is de molen ook tijdelijk een volmolen geweest. 

Vanaf 1909 werd er een houtzaaginstallatie ingebouwd, de molen leverde daarbij ook drijfkracht voor een timmerfabriek. De Opwettense molen heeft het grootste waterrad van Nederland, het rad van de korenmolen heeft een diameter van 9,3 meter.

In het gedeelte van de dubbelmolen met het grootste rad bevond zich de korenmolen, het andere deel bevatte de oliemolen. In het hoge gebouw van de korenmolen heeft ook de zaag-inrichting gestaan en het gebouw van de oliemolen zou onderdak aan de volmolen geboden hebben. Over de restanten binnen het molenhuis circuleren verschillende berichten. 

Alleen het binnenwerk van de korenmolen zou nog aanwezig zijn, maar een ander bericht vermeldt dat in de oliemolen ‘het binnenwerk, waaronder een stampwerk voor het persen van lijnzaad, nog aanwezig is’. Weer een ander schrijven stelt: ‘In het grote gebouw bevonden zich de oliemolen en de volmolen. Alleen het aswiel is daarvan nog aanwezig’. Nog een uitspraak: ‘van de houtzaagmolen is alleen nog een deel van het drijfwerk aanwezig’. Achterin het grote gebouw bevond zich een verblijf voor de knechten en de namen van veel molenaars en knechts zijn in het hout gekerfd.

Deze molen wordt tegenwoordig nooit anders vernoemd dan naar het gehucht Opwetten nabij Nuenen, waar hij staat. In het verleden werd ook de naam "Sint. Antoniusmolen" gebruikt, naar Sint Antonius Abt, aan wie op ca. 200 meter van de molen ook een kapel gewijd was. Vanaf 1726 tot en met de vererving aan Gerardus van Hoorn in 1916 werd de molen Jansmolen genoemd.

Anno 1884 vond de jonge Piet van Hoorn Vincent van Gogh, die de molen kwam schilderen, een ´rare snuiter’. De jongen moet elf jaar geweest zijn want een gevelsteen in het molenaarshuis herinnert aan de 100e geboortedag van mulder Piet van Hoorn (1873-1974). Sedert 1916 was de watermolen eigendom van de familie van Hoorn. Nederlands beroemde schilder Vincent van Gogh woonde als zoon van de dominee in de pastorie in Nuenen van 1883 tot 1885. Hij schilderde de Opwettense watermolen, evenals de Collse molen en de Genneper molen. 

In 2006 worden nieuwe plannen omtrent de watermolen gelanceerd. De eigenaar van de molen wil de molen restaureren en er een restaurant in vestigen. Het plan is ingebed in een aantal projecten: het herstel van een naast gelegen natuurgebiedje (het landinrichtingsproject De Karpen), het herbouwen van een schuur met bestemming B&B, de inrichting van een boerderij als zorgboerderij en het opzetten van een koeienfokkerij. De vergunningprocedure voor de horecavestiging en de bouw van het B&B is in 2008 in gang gezet en in 2009 is de renovatie van de molen van start gegaan. 

In de zomer van 2012 laat de molenaar weten dat de molen inmiddels wekelijks draait en geregeld voor een bakker maalt. De molen is de hele week vrij toegankelijk. De molen draait in principe iedere zondagmiddag vanaf 13.00 tot 17.00 uur. Men kan er dan ook meel kopen.


Via de Vorsterdijk gaat de route tot de Dorenweg.

Het is een veldweg en daar loop je over een groot perceel waar door 'Van Grotel Blauwe Bessencultuur' deze bessen worden geteeld. Van begin juli tot eind september kun je er terecht en mag je er zelf plukken. Momenteel komen de struiken in bloei.

De veldweg volgend kom je bij een doorgaande weg, waarlangs je naar de Smits van Oyenbrug over de Kleine Dommel loopt (foto rechts).


Na de brug loop je over een pad langs de Kleine Dommel richting het landgoed van Kasteel Eckart.

Via een poort heb je direct zicht op het kasteel.


De oude Heerlijkheid Eckart, Eykart zoals het toen heette, wordt voor het eerst vermeld in 1312. Het was toen bezit van de Heer van Helmond. De eerste heer was Rogier van Leefdael, ridder en burggraaf van Brussel, heer van Leefdael, drossaard van Brabant en opperjachtmeester van de hertog, die de hoeve in 1312 in leen kreeg. Door vererving ging het kasteel over in de familie van Merode tot 1633. Door verkoop kwam het in bezit van de familie van Vlierden, die het kasteel verwaarloosde. In 1672 werd het geplunderd door de Fransen. In 1692 werd een nieuw kasteel gebouwd, het huidige middendeel. Door vererving kwam het kasteel in 1772 in bezit van familie de Jeger. Deze lieten in 1793 de grote kasteelhoeve bouwen. In 1828 werd het kasteel verkocht aan familie Smits (later van adel dus Smits van Eckart). Direct werd de voorburcht afgebroken en de ijskelder aangelegd. In 1881 verdronk de kasteelheer, Norbertus, tijdens de jacht, waarna het kasteel leeg kwam te staan. In 1899 ging het over naar een niet-adellijke tak van de familie, de rijke industrietak. Zij verbouwden het kasteel grondig tot wat het nu is, met een paleisachtig aanzien. In 1937 kochten de Broeders van de Heilige Norbertus van Elshout het landgoed Eckart ten behoeve van de opvang van verstandelijk gehandicapten. Uiteindelijk stonden er zestig bedden op de zolder van het kasteel. In 1949 brak brand uit in de kasteelhoeve. In hetzelfde jaar zocht de congregatie aansluiting bij de Broeders van Liefde. De boerderij werd ingericht als paviljoen en er kwam ook een kapel. In 1958 werden twee nieuwe paviljoens gebouwd en in elk paviljoen kwamen 80 bewoners die oorspronkelijk in het kasteel verbleven.  In 1980 namen de broeders afscheid en werd het instituut voortgezet onder de naam Eckartdal (Jozefdal). Deze instelling fuseerde in 2000 met enkele andere zorginstellingen (de stichting Dommelstroom) tot de stichting Meare. Vanaf 1 januari 2008 is Meare, via een fusie met zorginstelling De Plaatse, opgegaan in LunetZorg. Het kasteel en de tuinen werden in 2012 gerestaureerd. Tevens werden er op het landgoed meerdere nieuwe paviljoens gebouwd.


Op het terrein staat ook een klein bescheiden Mariakapelletje (linksboven op bovenstaande foto) met een houten beeld, voorstellend Maria met kindje Jezus.


Je loopt het terrein af van Kasteel Eckart en over een mooi pad kom je weer bij de Kleine Dommel die in allerlei bochten door het landschap stroomt. Vanaf een brug heb je naar beide zijden een mooi zicht op de rivier (zie punt 3 van de routebeschrijving).


Verder lopend zie je aan de linkerzijde aan de overkant van de Kleine Dommel enkele koepels van de rioolwaterzuivering van Eindhoven en passeer je een laagstam boomgaard.


Op de oevers van de Kleine Dommel staan in deze tijd van het jaar (maart) vele bloemen van het Groot Hoefblad en dat is een fraai gezicht met de rivier op de achtergrond.


Het pad blijft kronkelende de rivier volgen door een natuurrijke omgeving en tot aan de rondweg van Eindhoven (Insulindelaan) na het passeren van het Eef Kamerbeek Atletiekcentrum.


Voorbij het atletiekcentrum keert de route linksom en verplaatst zich naar de andere kant van de Kleine Dommel. Om een pauze te nemen kun je hier plaatsnemen op een van de banken naast de rivier (zie punt 6 van de routebeschrijving).


Het pad buigt verderop van de rivier weg en kom je uit bij een groot meer, de Karpendonkse Plas. De plas is in 1955 ontstaan door zandwinning voor de werkzaamheden aan het Hoogspoor dat vanaf 1953 het noorden en het zuiden van Eindhoven met elkaar verbond. Het vrijgekomen water, waarin ook een eilandje werd aangelegd, bood nieuwe mogelijkheden voor recreatie, wat acht jaar later resulteerde in een natuurrijk park rondom: De Karpen genoemd. Op en rond de plas zijn regelmatig veel watervogels te vinden.


Na het verlaten van het park De Karpen en na het oversteken van een doorgaande weg (zie punt 7 van de routebeschrijving) volg je diverse gras- en bospaden die in deze tijd van het jaar na de vele regen behoorlijk nat zijn. Soms moet je dan goed je best doen om je voeten droog te houden. Een mooi gebied is het wel en dat maakt veel goed.


Via een brede bomenlaan kom je weer uit in een bos- en waterrijk gebied. De paden zijn soms helemaal overstroomd, waardoor je een alternatief moet zoeken om verder te komen. Gelukkig is dat geen probleem en verderop kun je de route weer gewoon oppikken.

(Dit is in een droog seizoen natuurlijk niet nodig en kun je de route gewoon volgens de beschrijving volgen.)


Na het verlaten van het bosrijke gebied gaat de route over een veldweg richting het eindpunt. Na het oversteken van de doorgaande weg van Nuenen naar Eindhoven (Opwettenseweg) loop je over een graspad naar een sluispoort over de Kleine Dommel.


Links voor die poort heb je een mooi zicht op het restaurant van de molen.

Door de sluispoort eindigt de wandeling bij de bijzonder fraaie Opwettense watermolen.


Reactie plaatsen

Reacties

Willem
15 dagen geleden

Dat mogen ze zeker Toon.

Toon Sanders
15 dagen geleden

Mooie en herkenbare afbeeldingen Willem, en andere familieleden en belangstellenden mogen toch ook hier reageren niet?