papenmoeren-tocht, riel


Ten zuidwesten van Tilburg ligt het dorp Riel. Vanaf daar start een wandeling die je brengt langs en over de Regte Heide en het Riels Laag.

Je loopt door het beekdal van het riviertje Leij en over Landgoed Hoevens. Op 15 april 2020 liep ik de wandeling van 18 kilometer welke is te downloaden via https://www.klikprintenwandel.nl/wandelroutes/papenmoerentocht


De verklaring van de naam van de tocht “Papenmoeren” is dat in deze streek de oudste ontginningen en verveningen (moer = veen) tot stand kwamen door Norbertijner monniken. Het drassige weidegebied behoorde van 1150 tot 1750 tot de abdij van Tongerlo.

De tocht start vanaf het plein bij de Antonius Abt kerk in Riel. De kerk is opgedragen aan Antonius van Egypte, een christelijke heilige die bekend staat als de vader van het kloosterleven. Hij zou de leeftijd van 105 jaren hebben bereikt.

Net voordat je de bebouwing van Riel uitloopt zie je rechts een houten gebouw staan met een bijzonder laag dak en de buitenzijde is bijna geheel van hout. Het blijkt een Vlaamse schuur van het langsdeeltype te zijn uit de tweede helft van de 19e eeuw. Er tegenover stond een hoeve uit de 16e eeuw.


Na het verlaten van Riel steek je het riviertje Leij over en loop je over de Rielsedijk. De route gaat vervolgens over het eerste pad aan de rechterkant en je komt in een mooi natuurgebied tussen de Regte Heide aan je linkerkant en het Riels Laag aan je rechterkant.

Het Riels Laag is de naam voor een natuurgebied bij de voormalige grens tussen Riel en Goirle (inmiddels hoort Riel bij de gemeente Goirle).  Hierin ligt het beekdal van de Leij.

Het gebied van de Regte Heide is ontstaan in de laatste ijstijd. Je kunt het je bijna niet voorstellen dat achthonderdduizend jaar geleden hier de Maas stroomde. Het zand in de bovenste lagen van de Regte Heide is scherp rivierzand.


 

 

De route loopt een aardig stuk door dit gebied waarbij je ook langs kleine bosperceeltjes loopt en door open stukken.

 

 

Door het mooie weer staat hier inmiddels de zomereik in bloei.


Op de foto van het prachtige beekdal van de Leij kun je op de achtergrond de toren ontwaren van de Antonius Abt kerk van Riel.


Bij een viersprong ga je rechtsaf (zie punt 2 van de routebeschrijving) en loop je via een bruggetje over de Leij richting kapel “’t Hoefke”. Langs het pad bloeit de Witte Dovenetel waarop een lieveheersbeestje zich koesterde in de zon.

Bij de kapel aangekomen lees je dat dit Mariagrotje het enige kapelletje van Riel is. In 1930 gebouwd tegenover het Riels Hoefke door de Tilburgse fabrikant Vinks. Hij kwam daarmee een belofte na die hij had gedaan toen hij ernstig ziek was. Als hij genas dan bouwde hij een kapelletje. Hij is dus genezen! De stenen waarmee de grot is gebouwd zijn zwerfkeien die hier overal in de grond zitten.


Verder lopend kom je bij een voetgangerssluis met het bord “Landgoed Hoevens”.

De naam van het landgoed is ontstaan vanwege de diverse hoeven die er stonden.

In het jaar 1919 komt het voormalige goed van de Abdij van Tongerlo geheel in het bezit van de rijke textielfabrikanten Henri en Joseph Blomjous. 

In 1971 wordt Walthera Vogels-Blomjous, dochter van Henri, de nieuwe eigenaar van De Hoevens. Vanaf 1972 wordt ‘Landbouwbedrijf J.A. Blomjous’, zoals het landgoed in die tijd wordt genoemd, gemoderniseerd. Onder invloed van de politiek van Mansholt en de productiesubsidies die worden gegeven – nooit meer honger na de oorlog – groeit het melkveebedrijf uit tot 200 koeien. In 1985 is het een van de grootste melkveehouderijen uit die tijd.

De dochter van Walthera,  Caroline,  neemt vanaf 1990 het beheer over. De Grote Hoef is erg vervallen en omliggende natuur verwaarloosd. Haar man Floris wordt ernstig ziek. Ze besluit definitief te stoppen met het melkveebedrijf. Dit nieuws slaat in als een bom bij de medewerkers, maar ook bij de omgeving. Van de opbrengst van het melkquotum wordt De Grote Hoef verbouwd en de 2 Vlaamse schuren opgeknapt. Ook wordt geïnvesteerd in de eerste natuurontwikkelingsprojecten.

Nadat Floris in 1994 genezen is van zijn ziekte besluiten Caroline en Floris dat ook hij voor De Hoevens gaat werken. Het is zijn idee om een natuurkampeerterrein te beginnen om zo inkomsten te genereren waarmee het landgoed onderhouden kan worden. De inwoners uit Alphen denken dat het een ‘naturistencamping’ is en komen in het begin kijken naar de gasten die er, gelukkig gewoon in kleren, rondlopen. Nadat de camping een feit is wordt één van de Vlaamse schuren omgevormd tot een luxe groeps- en vergaderaccommodatie.

De eerste stap naar een duurzamer beheer van het landgoed wordt gezet met de keuze voor ‘agrarisch natuurbeheer’: een vorm van natuurgericht boeren. In samenwerking met de Dienst Landelijk Gebied worden steeds kleine stukje akkerbouw onttrokken en worden bloemrijke randen aangelegd rondom deze akkers. Ook worden houtwallen, kikkerpoelen en lanen aangelegd. Later is er ook een deel als natuurbegraafplaats ingericht.


Niet lang na het passeren van het bord “Landgoed Hoevens” loop je over een vlonder en steek je via een brugje de Leij weer over.

 

Voorbij een klein ven (punt 4 van de routebeschrijving) gaat het pad langs een nat gedeelte op het landgoed in het stroomgebied van de Leij.


Daarna kom je bij een boerderij met aan de overkant van het pad een authentieke schuur.

De boerderij is langgevelboerderij “Het Ooievaarsnest”. Een eerdere boerderij is hier rond 1830 gebouwd, die weer op de plaats staat van een boerderij die hier mogelijk al in de zesde eeuw heeft gestaan. In deze omgeving bezat de abdij van Tongerlo zeven hoeven, die allemaal dichtbij het huidige Ooievaarsnest lagen. De boerderij die er nu staat is van 1935 en is in 1980 gerenoveerd.

De schuur is een langsdeelschuur uit 1870. Van oorsprong is het een schaapskooi. Op het dak staat een ooievaarsnest en een namaak ooievaar. Die kunstmatige bewoning is een verwijzing naar de naam van het landgoed “Ooievaarsnest” van 134 ha van stichting Het Brabants Landschap.


De paden volgend zie je om je heen dat de lente drukdoende is. De bomen worden weer groen. Hoewel, een enkel exemplaar heeft het al lang geleden afgelegd, maar wordt nu door insecten en  spechten in gebruik genomen. 

Ook het Brabants Landschap is actief, getuige de gestapelde boomstammen als gevolg van uitdunning van het bos.

 


 

 

 

 

 

Na het verlaten van het natuurgebied “Ooievaarsnest” (zie punt 6 van de routebeschrijving) zag ik een weelde aan bloemen.

 

 

 

 

 

Allereerst de gele bloemen van de Brem, maar verderop door menselijk toedoen Lelietjes van Dalen en witte en paars bloeiende Judaspenning.


Bij het voormalige klooster Nieuwkerk ben ik even gaan kijken. Het is een paar honderd meter vanaf de te lopen route. Een stukje geschiedenis.

Klooster Nieuwkerk Goirle is een Nederlands klooster dat staat in het landgoed ‘Nieuwkerk’. Dit natuurgebied bevindt zich op de Nederlands-Belgische grens tussen de plaatsen Goirle (NL) en Poppel (BE). Het gebied speelde een belangrijke rol tijdens de 80-jarige oorlog. In 1639 werd er een grenskerk gebouwd. Tilburgers bouwden vervolgens ook een grenskerk in 1652. Het gebied dat tot dan toe Steenvoirt heette, kreeg nu de naam Nieuwkerk. In 1799 werd de grenskerk afgebroken en werd op dezelfde plek het kapelletje Sint-Jans-Gool gebouwd. Deze kapel staat er nu nog steeds en is in de jaren ‘80 gerestaureerd.

Er ontstond een landgoed, waar ‘De Meester de Betzenbroek’ vanaf 1909 eigenaar was. Hij had een ‘toeristische visie’. Hij bouwde onder andere hotel De Golf, een uitspanning met doolhof en speeltuin. (Het hotel werd vernietigd in oktober 1944 tijdens de bevrijding van Goirle.) Hij liet een klooster op het landgoed bouwen, dat op 1 juni 1913 ingewijd werd. Priesters in opleiding kregen les in dit klooster. Eind jaren 1950 kwam het klooster in handen van de Trappisten en nog later maakten Franciscanessen van het klooster een rusthuis voor terugkerende zusters. Vervolgens was het klooster het onderkomen voor de Priesterbroederschap Sint Pius X en een Maastrichtse congregatie. De huidige eigenaar van klooster, kapel en ondergrond is de Belgische Baron Eric de Jamblinne de Meux, die het complex in 1986 van de franciscanessen kocht. Zij hebben er ook een golfbaan ontwikkeld om toch mensen naar het gebied te lokken.

In 1997 kwam een einde aan de religieuze bestemming van Klooster Nieuwkerk en vestigde zich een particulier die het klooster ombouwde tot bezinnings- en congrescentrum. In 2006 werd het als zodanig geopend. Helaas bleek deze formule niet levensvatbaar waarna in 2012 het klooster een andere bestemming heeft gekregen. Het is nu een locatie waar je kunt slapen, eten, feesten en vergaderen.


Van het voormalige klooster terug naar de eigenlijke route en je komt langs het fraai gelegen “Halve Maan” ven.

Waarschijnlijk had het ven in vroegere tijden de vorm van een halve maan. Nu is dat niet zo.


Voorbij het ven volgt de route enkele smalle paden door een met veel buntgras begroeid deel van de Regte Heide en kom je aan het eind van een pad uit bij een vogelkijkhut.

De vogelkijkhut met de naam “Tapsmoer” (weer een verwijzing naar de moeren waar turf werd gestoken) biedt een prachtig uitzicht over de uitgestrekte vlakte bestaande uit droge en natte gedeelten van het dal van de Leij.


Daarna loop je over de grote heidevlakte tot een kleine witte zuil waarop uitleg staat weergegeven over de grafheuvels die hier liggen. De grafheuvels stammen uit de Midden en Late Bronstijd (ca. 1800 tot 800 jaar v. Chr.). De meeste grafheuvels zijn omringd met palen, bedoeld om boze geesten af te weren zodat die niet bij het graf konden komen. Een grafheuvel heeft een ringwal met sloot. Men denkt dat deze grafheuvels niet alleen gebruikt werden om de doden (vooral aanvoerders van Germaanse volkeren) een laatste rustplaats te geven, maar dat ze ook dienden voor verering. De grafheuvels op de Regte Heide werden in 1935 voor het eerst ontdekt en gereconstrueerd. In totaal werden rond 5 grafheuvels de palenkransen hersteld die uit de opgravingen bekend waren.


De wandeling voert je helemaal over de Regte Heide.

In augustus moet het hier één grote paarse bloemenzee zijn van de bloeiende heideplanten.

 

Op de heide kom je ook langs enkele vennen.


De route gaat verder over het grote heidegebied (zie punt 8 van de routebeschrijving) tot bij een bosgebied. Een flink stuk gaat over het “Tweede Dijk” pad waarlangs nu vele paardenbloemen bloeien en met de zo kenmerkende pluizenbollen.

 

Lopend over allerlei paden langs het bosgebied vallen de gele bloemen op van de Gaspeldoorn. Van verre lijkt het op brem, maar dichtbij zie je dat er flinke doorns aan staan en dat de bloem toch net iets anders is dan van de brem. Helaas wordt deze plant in Nederland steeds zeldzamer.


Uiteindelijk kom je uit bij een parkeerplaats aan de Rielsedijk en loop je linksaf richting Riel.

Via hetzelfde brugje over de Leij als in het begin van de wandeling kom je weer in de bebouwde kom van het dorp (met links de Vlaamse schuur) en uiteindelijk bij het startpunt van deze mooie route.


Reactie plaatsen

Reacties

Willem van Gerwen
2 jaar geleden

Dank je wel Toos voor de reactie.

Toos
2 jaar geleden

Wij liepen deze wandeling in omgekeerde volgorde, gevonden op de Wandelgids Zuid Limburg. Mooie foto’s van een prachtige, afwisselende wandeling!

Willem van Gerwen
2 jaar geleden

Ja Toon, Nederland is heel mooi, maar je moet het wel zien. En het zou inderdaad mooi zijn als meer mensen dit zouden zien.

Willem van Gerwen
2 jaar geleden

Adrie, ik geloof dat meteen. Reden om ook dan daar nog eens te gaan wandelen.

Toon Sanders
2 jaar geleden

Jezus Willem, wat wonen we toch in een mooi land.
Ik snap nog steeds niet dat hier niet meer reacties op gegeven worden, ik ben benieuwd hoeveel mensen dit bekijken!!!

Adrie
2 jaar geleden

Niet alleen heide is in augustus mooi om te zien ook het Riels Laag vormt in die periode en iets daarvoor een kleurrijk geheel. De link heb ik bijgevoegd aan de omschrijving van de wandelroute.